Rekenhulpen · Structuur
Eenmanszaak of vennootschap?
De vraag die elke groeiende zelfstandige zich stelt. Vul uw verwachte winst in en zie beide scenario’s naast elkaar — inclusief wat er in de vennootschap achterblijft en dus nog niet van u is.
Wat deze vergelijking níét meerekent
- De kosten van een vennootschap zelf: oprichtingsakte bij de notaris, hogere boekhoudkosten, neerlegging van de jaarrekening, publicatiekosten. Reken op een aanzienlijk bedrag per jaar bovenop wat een eenmanszaak kost.
- Het geld uit uw vennootschap halen: wat in de vennootschap blijft, is nog niet van u privé. Een dividend kost roerende voorheffing; via VVPRbis of een liquidatiereserve kan dat gunstiger, maar altijd met voorwaarden en wachttijden.
- Uw gezinssituatie: kinderen ten laste, het huwelijksquotiënt en andere inkomsten beïnvloeden de personenbelasting sterk.
- Optimalisaties: VAPZ, IPT, investeringsaftrek, een bedrijfswagen of het inbrengen van uw woning kunnen het plaatje grondig wijzigen — vaak in het voordeel van de vennootschap.
- Aansprakelijkheid: een vennootschap scheidt uw privévermogen van uw ondernemingsrisico. Dat is geen fiscaal argument, maar wel vaak het doorslaggevende.
Deze rekenhulp gebruikt de sociale bijdragen van 2026 en de tarieven van aanslagjaar 2027. Ze geeft een orde van grootte, geen advies. De keuze tussen beide structuren is er één die u best één keer grondig maakt — daar denken wij graag in mee.
Hoe deze berekening werkt
In een eenmanszaak bent u en uw zaak fiscaal dezelfde persoon. De volledige winst wordt belast in de personenbelasting, tegen een progressief tarief dat oploopt tot 50%, bovenop uw sociale bijdragen. Wat overblijft, is meteen van u.
In een vennootschap splitst het plaatje. U keert zichzelf een bezoldiging uit, die belast wordt in de personenbelasting zoals bij een eenmanszaak. De winst die daarna in de vennootschap overblijft, wordt belast aan het vennootschapstarief: 20% op de eerste €100.000 als u aan de voorwaarden voldoet, anders 25%.
Daar zit meteen de kern van de zaak: als uw winst hoger ligt dan wat u privé nodig heeft, wordt dat overschot in een vennootschap veel milder belast. Heeft u alles privé nodig, dan verdwijnt dat voordeel grotendeels.
De bezoldigingsvoorwaarde sinds 2026
Om het verlaagde tarief van 20% te genieten, moet de bedrijfsleider zichzelf sinds 2026 minstens €50.000 bruto per jaar toekennen. Voordien was dat €45.000. Wie daar onder blijft, betaalt 25% op de volledige winst.
Die verhoging maakt de rekensom voor kleinere vennootschappen scherper: een te lage bezoldiging kost u meteen vijf procentpunt op uw hele winst. Startende vennootschappen jonger dan vier jaar zijn wel vrijgesteld van deze voorwaarde.
Wanneer is de overstap het overwegen waard?
Er bestaat geen magisch kantelpunt. Wel enkele signalen dat het tijd is om te rekenen:
- Uw winst groeit structureel boven wat u privé opneemt.
- U wilt investeren of reserves opbouwen binnen uw zaak.
- Uw activiteit brengt een aansprakelijkheidsrisico mee dat u wilt afschermen.
- U denkt aan een latere overdracht of verkoop van uw zaak.
Omgekeerd blijft een eenmanszaak vaak de betere keuze bij een bescheiden of wisselvallige winst, of wanneer u alles privé nodig heeft.
Bekijk ook onze rekenhulp voor uw netto-inkomen, ons starterstraject of lees hoe wij bij dit soort beslissingen begeleiden.
Deze keuze maakt u best één keer goed
Van structuur veranderen kan altijd, maar kost geld en tijd. In een gratis gesprek rekenen we uw situatie concreet door, met uw gezinssituatie en uw plannen erbij.